De normen voor waterbodemonderzoek zijn, analoog aan de landbodem, onderverdeeld in één norm voor vooronderzoek en één norm voor verkennend onderzoek. Hierdoor ontstaat een transparante onderzoeksketen waarvan de kwaliteit van de resultaten goed inzichtelijk is. In deze normen zijn, naast de oude NVN 5720, verschillende regionale protocollen voor waterbodemonderzoek opgenomen, zoals de Leidraad waterbodemonderzoek in het Rivierengebied van Rijkswaterstaat en de Nota uitwerking baggerbeleid van Provincie Zuid-Holland. Naast herziene strategieën zijn ook nieuwe strategieën opgenomen, bijvoorbeeld een strategie voor zandwinning en een strategie voor korte baggercycli in dynamische wateren. Hierdoor zijn de normen geschikt voor alle wateren, sluiten ze aan op de uitvoeringspraktijk in Nederland en wordt overal eenduidig onderzoek gedaan met resultaten van dezelfde, hoge kwaliteit.
In april 2010 zullen enkele wijzigingen in de Regeling Bodemkwaliteit in werking treden. Vanaf dat moment zal de Regeling ook verwijzen naar NEN 5720 (en indirect naar NEN 5717) en zullen deze normen het uitgangspunt vormen voor goed bodemonderzoek in het kader van Kwalibo. NVN 5720 en de huidige regionale protocollen die nu als milieuhygiënisch bewijsmiddel gelden onder het Besluit bodemkwaliteit, komen hiermee te vervallen.
Bron: Nieuwsbrief Bodem, december 2009
